Als je AT-kind moeilijk met vriendjes kan omgaan

Door Simone van den Broek

Daar zit je dan, twee grote grijze ogen die mij wijs aankijken. Dit is precies waarom ik zo graag met kinderen werk. Ze weten veel, vooral over zichzelf en soms, met wat aanmoediging, kunnen ze heel goed vertellen wat moeilijk gaat.

Van deze leuke 9-jarige krijg ik te horen dat ze het moeilijk vindt met andere kinderen om te gaan. Ze voelt ontzettend goed aan wat de ander bedoelt, maar niet zegt. En dat levert nogal eens lastige situaties op met vriendinnen. Het aangaan van vriendschappen lukt haar prima maar zodra er ‘gedoe’ ontstaat, is het vertrouwen in de ander volledig weg. Hoe de ander of papa en mama ook het proberen uit te leggen of sorry zeggen, de boosheid is enorm. Ze heeft eruit geflapt dat ze nooit meer met de ander gaat spelen en dat heeft ze ook direct in de praktijk gebracht.

Papa en mama dachten eerst dat dit best een keer kan gebeuren. Maar nu blijkt dat het haar om de haverklap overkomt en dat de boosheid en frustratie met de dag groeit. Ze wil het zelf heel graag anders, maar het lukt gewoon niet. Ze zegt: “Als ik weer denk aan spelen met haar, dan voel ik alweer hoe boos ik word.”

Ik heb met haar ouders al naar de start gekeken. Daardoor weten we dat ze een broer of zus heeft gehad die al vroeg in de zwangerschap is weggegaan. Dit vroege verlies wordt vaak opgeslagen in het lichaam en zorgt voor gedrag en emoties die soms buiten proportie lijken, maar die heel begrijpelijk zijn als je weet dat je een broer of zus hebt die niet bij je kon blijven. Belangrijk dus om dit eerst uit te leggen:

“Je was zo klein dat je nog niet kon denken en praten. Maar je lijf was er wel dus die heeft het onthouden voor jou. Zodat je later nog eens aan je broer of zus kunt denken.”

Kinderen weten heel snel of het klopt wat je vertelt, is mijn ervaring. Als je iets vertelt over een alleengeboren tweeling, dan zullen ze dit of beamen of weten dat het niet bij hen hoort. Zo ook bij dit meisje. Meteen als we beginnen met het vertellen, benoemt ze dat ze vaak over een zusje droomt. Ik leg uit dat wat ons lichaam onthoudt, bepaalt wat ons hoofd denkt en dat we steeds situaties tegenkomen waarmee we het anders kunnen gaan leren. “Zou jij dat ook willen, het anders leren?” Daarop wordt er flink geknikt.

Een week later gaan we aan de slag met EFT-therapie. Ze heeft haar lievelingsknuffel bij zich, want die gaat altijd overal mee naartoe (ook zo’n typisch AT-dingetje). Heel fijn om troost en veiligheid in de buurt te hebben, want er komt veel los. Haar grijze ogen laten veel tranen gaan en na wat flinke gapen geeft ze aan dat er eigenlijk niks meer komt.

Even later zit ze dan ook een stuk opgeluchter voor me. Nu boosheid en verdriet wat meer opgeruimd zijn, is er plaats voor nieuwe beelden en ervaringen. We kijken naar wat ze wel wil met vriendinnen en daar maken we een verhaal van waar ze steeds weer naar kan luisteren.

Na een paar weken zien we elkaar weer en staan de grijze ogen een stuk stralender. Ze heeft geen tas vol vriendinnen maar dat hoeft ook niet. Want wat wel beter lukt, is voelen wat er bij haarzelf gebeurt, zelf EFT inzetten en de volgende dag met een nieuw plan beginnen. Lieve mooie grijze ogen, wat een prachtig begin heb je voor jezelf gemaakt, fijn dat ik een stukje met je mee mocht lopen.

Kindercoach Simone van den Broek, Potje Geluk kindercoaching

Aangeboden door Joyce Beckker, auteur van Life without Grace

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.